
Om te onthouden
Oefeningen:
Cijferend rekenen
Kies + en/of - . Kies getallen van 100 tot 1.000.000
Er is ook ruimte voor de getallen boven de som.
Veel rekenoefeningen (Vlaams dus groep 6/7 = leerjaar 4/5)
Rekenpuzzel - vermenigvuldigen
Om te onthouden:
1 mm = 1 milimeter = 1/1000 meter = zo lang als een suikerkorrel
1 cm = 1 centimeter = 1/100 meter = zo lang als een nagel
1 dm = 1 decimeter = 1/10 meter = zo lang als afstand van je linker oog t/m je rechter oog.
1 m = 1 meter = zo lang als een grote stap
(1 dam = 1 decameter = 10 meter = zo lang als een diagonaal dwars door de klas.
(1 hm = 1 hectometer = 100 meter = zo lang als een groot voetbalveld.
1 km = 1 kilometer = 1000 meter = zo lang als de route van Triangel Laag naar Triangel Hoog.
1 dm³ = 1 liter
1 cm³ (of cc) = 1 mililiter
Gemiddelde uitrekenen
Tel alle getallen op. Deel daarna dat antwoord door het aantal getallen dat je had.
(Bijv. 9+1+7+6+7 =30. Je had 5 getallen opgeteld. Dus dan wordt het 30:5 Het gemiddelde is dan dus 6)
Breuken
Het onderste getal vertelt in hoeveel stukken het geheel gedeeld is.
Het bovenste getal vertelt hoeveel stukken je daarvan hebt.
(Bijv. 3/4 van 100 = 75. Want je deelt 100 in 4 stukken. Eén van de 4 stukken is dan 25. En daarvan heb je 3 stukken. Dat is 75)
Het is vaak handig om eerst uit te rekenen wat één deel waard is.
Hier kun je oefenen met breuken; een deel van een getal uitrekenen
Procenten en breuken
50% = 1/2 = de helft
25% = 1/4 = een kwart
75% = 3/4 = drie kwart
10% = 1/10 = een tiende deel
20% = 1/5 = een vijfde deel
5% = 1/20 = een twintigste deel
1% = 1/100 = een honderdste deel
Het is vaak handig om eerst uit te rekenen wat één procent is.
Cijfers achter de komma
1 cijfer achter de komma = tienden = één stuk in tien stukjes gedeeld (bijv. 2,7 = 2 helen en nog 7/10)
2 cijfers achter de komma = honderdsten = één stuk in honderd stukjes gedeeld (bijv. 2,75 = 2 helen en nog 75/100)
3 cijfers achter de komma = duizendsten = één stuk in duizend stukjes gedeeld (bijv. 2,753 = 2 helen en nog 753/1000)